ECLI:NL:RBBRE:2008:BC4472
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing driemaandseis bij belastingaftrek voor in niet-verdragslanden gewerkte dagen
Belanghebbende, een Nederlandse werknemer werkzaam in Afrika, had in 2003 aanslag inkomstenbelasting ontvangen waarbij de inspecteur de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting berekende op basis van een toerekening van verlofdagen aan werklanden. De vraag was of verlofdagen die aansluiten op werkperioden in niet-verdragslanden meetellen voor de driemaandseis van artikel 38, tweede lid, AWR.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende steeds langere aaneengesloten werkperioden afwisselde met even lange verlofperioden, die als gewone arbeidsonderbreking kwalificeren. De wijze van toerekening van verlofdagen door de werkgever is niet bepalend; een andere interpretatie zou manipulatie van de fiscale faciliteit mogelijk maken, wat niet de bedoeling van de wetgever is.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde de aanslag vast met inachtneming van de aftrek voor een inkomen van € 57.128. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van € 483 en het griffierecht van € 39 aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat verlofdagen meetellen voor de driemaandseis van artikel 38, tweede lid, AWR, en wijst het beroep van belanghebbende toe.