ECLI:NL:RBBRE:2008:BC4525
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Waarde bepaling van pand in nalatenschap zonder zakelijk recht tot bewoning
De moeder van belanghebbende is overleden en liet een pand na waarin haar ouders woonden zonder huur te betalen. Belanghebbende stelde dat vanwege een mondeling woonbeding het pand met een waardedruk van 40% in de nalatenschap moest worden opgenomen. De inspecteur stelde dat het pand tegen de volledige economische waarde moest worden opgenomen, met aftrek van het vruchtgebruik van de grootouders.
De rechtbank stelde vast dat er geen zakelijk recht tot bewoning bestond en ook geen huurovereenkomst of ander contractueel recht dat werking zou hebben tegen marktgegadigden. De Hoge Raad oordeelde eerder dat zonder dergelijk recht het pand in ontruimde staat moet worden aangeboden.
Daarom moet het pand worden gewaardeerd tegen de marktwaarde zonder waardedruk. Het beroep van belanghebbende is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het pand wordt gewaardeerd tegen de marktwaarde zonder waardedruk.