ECLI:NL:HR:2007:AX0771
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Waarde van eigen woning in successierechtelijke nalatenschapsaanslag
Belanghebbende kreeg een successierechtelijke aanslag opgelegd over een verkrijging uit de nalatenschap van zijn vader, waarbij de waarde van de eigen woning centraal stond. De Inspecteur stelde de waarde van de woning op de marktwaarde in vrij opleverbare staat, terwijl belanghebbende een lagere waarde bepleitte vanwege het feit dat de woning door de langstlevende echtgenote werd bewoond.
Het Hof stelde de waarde lager vast en vernietigde de uitspraak van de Inspecteur. De Staatssecretaris van Financiën stelde daarop cassatie in. De Hoge Raad oordeelde dat de waarde van de woning moet worden bepaald volgens het algemene waarderingsvoorschrift van artikel 21 lid 1 Successiewet Pro 1956, namelijk de waarde in het economische verkeer zonder correcties voor het woonrecht van de langstlevende echtgenoot indien deze volle eigendom heeft.
De Hoge Raad verwierp het beroep van belanghebbende op het besluit van de Staatssecretaris van Financiën over moreel woonrecht, omdat dit niet van toepassing was in het geval van testamentaire boedelverdeling waarbij de langstlevende echtgenoot de volle eigendom heeft. De uitspraak van het Hof werd vernietigd en het beroep tegen de aanslag van de Inspecteur werd ongegrond verklaard.
De Hoge Raad wees tevens erop dat de waarde van de woning moet worden vastgesteld als prijs bij aanbieding tot levering in ontruimde staat, tenzij er een recht bestaat dat werking heeft tegen marktpartijen. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verklaart het beroep tegen de aanslag ongegrond, waarbij de waarde van de woning wordt vastgesteld op de marktwaarde in vrij opleverbare staat.