ECLI:NL:RBBRE:2008:BC5872
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Louwerse
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en verjaring bij letselschade door ongeval met paard
Op 28 april 1996 raakte eiseres betrokken bij een ongeval waarbij zij door een paard werd geraakt en letsel opliep. Zij stelde gedaagde aansprakelijk en voerde onderhandelingen met diens verzekeraar RVS over schadevergoeding. Diverse voorschotten werden betaald, waaronder een slotbetaling in december 2004. Gedaagde beriep zich op verjaring van de vordering.
De rechtbank oordeelde dat de verjaringstermijn van vijf jaar was begonnen op 29 april 1996 en in principe was verstreken in 2001. Voorschotten en onderhandelingen stuiten de verjaring niet automatisch, omdat geen expliciete erkenning van aansprakelijkheid of schriftelijke mededeling is gegeven. Desondanks achtte de rechtbank het onaanvaardbaar dat gedaagde zich op verjaring beroept gezien de langdurige onderhandelingen en voorschotten.
De aansprakelijkheid van gedaagde als bezitter van het paard staat vast. Het letsel is vastgesteld als postwhiplash/postcommotioneel syndroom met blijvende klachten. Eiseres is ontslagen en arbeidsongeschikt verklaard. Gedaagde betwist de omvang van de schade en het causaal verband deels. De rechtbank gelast een deskundigenonderzoek door een verzekeringsgeneeskundige en arbeidsdeskundige om arbeidsvermogen, hulpbehoefte en schade vast te stellen.
De procedure wordt aangehouden tot na het deskundigenonderzoek en verdere conclusies. De rechtbank benadrukt de redelijkheid en billijkheid in de beoordeling van verjaring en schadevergoeding in deze langdurige letselschadezaak.
Uitkomst: Het beroep op verjaring wordt verworpen als onaanvaardbaar, aansprakelijkheid staat vast, deskundigenonderzoek gelast voor schadevaststelling.