ECLI:NL:RBBRE:2008:BC5940
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen aanslag vennootschapsbelasting wegens vervangingsreserves
Belanghebbende heeft aangifte vennootschapsbelasting gedaan met een belastbare winst van f 47.632, maar de inspecteur stelde vragen over de aanwending van vervangingsreserves. Wegens het uitblijven van beantwoording legde de inspecteur ambtshalve een aanslag op van f 8.000.000, later verminderd tot f 4.918.433.
Belanghebbende voerde aan dat de hoorplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel en de motiveringsplicht waren geschonden en dat de termijn voor uitspraak op bezwaar was overschreden. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende voldoende gelegenheid tot horen had gekregen, de aanslag en uitspraak deugdelijk waren gemotiveerd en dat de termijnoverschrijding geen vernietiging tot gevolg had.
Tijdens de zitting was de gemachtigde van belanghebbende vertraagd en verscheen uiteindelijk niet, waarna het onderzoek werd gesloten. Na sluiting werden nog stukken ingediend, maar deze werden niet in behandeling genomen omdat het onderzoek gesloten was.
De rechtbank concludeerde dat de aanslag niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag vennootschapsbelasting is ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.