ECLI:NL:RBBRE:2008:BC6024
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke afwijzing verliesverrekening en vernietiging verzuimboete
Belanghebbende, een BV, voerde verlies en rentelasten op uit hoofde van een beleggingsrekening die op naam stond van haar aandeelhouder. De inspecteur accepteerde deze aftrekposten niet en legde tevens een verzuimboete op wegens vermeende te late aangifte vennootschapsbelasting.
De rechtbank stelde vast dat de opbrengst van de verkoop van activa in 1999 was overgeboekt naar een beleggingsrekening op naam van de aandeelhouder, die deze rekening privé gebruikte. Belanghebbende maakte niet aannemelijk dat de beleggingsresultaten voor haar rekening en risico kwamen. Ook was er geen bewijs voor het bestaan van een geldleningsovereenkomst tussen belanghebbende en haar zustermaatschappij.
De rechtbank oordeelde dat de correctie van de inspecteur terecht was en dat het verlies en de rentelasten niet konden worden toegerekend aan belanghebbende. De verzuimboete werd vernietigd omdat de aangifte tijdig was gedaan en de ontbrekende jaarstukken binnen redelijke termijn werden aangeleverd.
De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Verlies en rentelasten niet toegerekend aan belanghebbende; verzuimboete vernietigd wegens tijdige aangifte.