ECLI:NL:RBBRE:2008:BD1024
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering verzuimboete omzetbelasting na naheffingsaanslag wegens valse facturen en onvolledige aangifte
Belanghebbende, ondernemer in de omzetbelasting, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag en een verzuimboete voor het jaar 2000. Uit het strafrechtelijk onderzoek bleek dat onder zijn naam meerdere gestolen auto's zijn verkocht en dat daarbij valse facturen en inkoopverklaringen zijn gebruikt. Hierdoor is een aanzienlijk deel van de omzet niet in de aangifte vermeld, wat leidde tot een naheffingsaanslag.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast om de aanslag te verlagen bij belanghebbende lag en dat deze niet slaagde in het leveren van tegenbewijs. De inspecteur had een redelijke benadering gehanteerd door de naheffingsaanslag te baseren op € 8.987 aan niet aangegeven omzetbelasting. De stelling dat de hoorplicht was geschonden werd verworpen omdat belanghebbende voldoende gelegenheid tot horen had gekregen.
De opgelegde verzuimboete van 10% van de belasting werd wel verminderd met 10% vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht. Een verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van geleden schade.
Uitkomst: De verzuimboete wordt verminderd tot € 808, de naheffingsaanslag wordt bevestigd en de inspecteur wordt veroordeeld in proceskosten en griffierechtvergoeding.