ECLI:NL:RBBRE:2008:BD1689
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt niet-ontvankelijkverklaring bezwaar inkomstenbelasting en vergrijpboete
Belanghebbende diende op 14 juni 2005 zijn aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2003 in. Na verzoeken om aanvullende informatie en het niet tijdig verstrekken daarvan, legde de inspecteur op 30 juni 2006 een aanslag en vergrijpboete op. Het bezwaar werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de termijn was ingediend.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende redelijkerwijs kon menen dat de aanslag reeds tot stand was gekomen op het moment van zijn brief van 18 maart 2006, welke als bezwaarschrift moet worden aangemerkt. Hierdoor blijft de niet-ontvankelijkverklaring achterwege volgens artikel 6:10 Awb Pro. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en draagt de inspecteur op opnieuw uitspraak te doen.
De rechtbank wijst proceskosten toe aan belanghebbende en vergoedt griffierecht. Vanwege verschil van mening over feiten en bewijslast en het ontbreken van een verzoek tot inhoudelijke behandeling, wijst de rechtbank de zaak terug naar de inspecteur. Partijen kunnen hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en draagt de inspecteur op opnieuw te beslissen.