ECLI:NL:RBBRE:2008:BD1772
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J.J. Engel
- D. Hund
- A.J. Kromhout
- Rechtspraak.nl
Toepassing activiteitentoets bij fiscale eenheid voor verliesverrekening vennootschapsbelasting
Belanghebbende houdt sinds 1995 alle aandelen in een vennootschap die tussen 1993 en 1996 verliezen leed. Vanaf 1997 vormt deze vennootschap samen met andere ondernemingen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. In 2003 werden activa en passiva van een van de groepsmaatschappijen overgedragen, waarna de aandelen van belanghebbende werden verkocht aan derden.
Belanghebbende heeft voor 2003 verliesverrekening toegepast op basis van de voorvoegingsverliezen van de gevoegde dochter, maar de inspecteur stelde dit ter discussie en wees de verrekening af. De kern van het geschil betreft de uitleg van de activiteitentoets uit artikel 20a, vierde lid, onderdeel a van de Wet Vpb en de vraag of deze toets op het niveau van de fiscale eenheid of op het niveau van de afzonderlijke vennootschap moet worden toegepast.
De rechtbank oordeelt dat de toets op het niveau van de fiscale eenheid moet plaatsvinden, omdat de fiscale eenheid als één belastingplichtige wordt beschouwd. De inspecteur kon zijn standpunt niet onderbouwen met wetsteksten, parlementaire geschiedenis of jurisprudentie. Hierdoor kan belanghebbende de verliezen verrekenen, omdat de activiteiten binnen de fiscale eenheid niet zijn afgenomen tot minder dan 30% van de oorspronkelijke omvang.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, wijzigt de beschikking en stelt het verliesverrekeningsbedrag vast op € 23.389. Tevens veroordeelt zij de inspecteur in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de activiteitentoets op het niveau van de fiscale eenheid moet worden toegepast, waardoor de voorvoegingsverliezen kunnen worden verrekend en wijzigt de beschikking tot een verliesverrekening van € 23.389.