ECLI:NL:RBBRE:2008:BD5668
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg en gevolgen vaststellingsovereenkomst in belastingaanslagtermijn
Belanghebbende en de inspecteur verschillen van mening over de uitleg van een vaststellingsovereenkomst die is gesloten in het kader van een boekenonderzoek naar vennootschapsbelasting over de jaren 1999 tot en met 2002. De kern van het geschil is of de aanslag vennootschapsbelasting 2001, opgelegd na de wettelijke aanslagtermijn, vernietigd moet worden wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank stelt vast dat de brief van 1 oktober 2004, waarin belanghebbende verklaart geen beroep te zullen doen op verjaringstermijnen tot uiterlijk 31 december 2005, moet worden gezien als een rechtsgeldige vaststellingsovereenkomst volgens de Haviltex-norm. De rechtbank acht het aannemelijk dat partijen mondeling en schriftelijk zijn overeengekomen dat belanghebbende geen beroep zal doen op niet-tijdigheid van aanslagen ter voorkoming van hoge aanslagen ter behoud van rechten.
Belanghebbende heeft aangevoerd dat de overeenkomst slechts betrekking zou hebben op navorderingsaanslagen of dat het beroep op verjaringstermijnen pas na 31 december 2005 zou zijn toegestaan, maar deze standpunten worden door de rechtbank verworpen. De rechtbank concludeert dat de overeenkomst een geslaagd beroep op vernietiging wegens termijnoverschrijding verhindert en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2001 wordt ongegrond verklaard vanwege de geldigheid van de vaststellingsovereenkomst.