ECLI:NL:RBBRE:2008:BD5977
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.A. den Hartog
- I.J.F.A. van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Beoordeling conserverende aanslag bedrijfsopvolgingsregeling Successiewet
Belanghebbende en haar zuster zijn erfgenamen van hun overleden tante. Tot de nalatenschap behoren aandelen in een B.V. waarop de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten van de Successiewet van toepassing zijn. De inspecteur legde één conserverende aanslag op, die zowel de voorwaardelijk onbelaste als de belaste geconserveerde waarde omvatte.
Belanghebbende stelde dat er twee afzonderlijke conserverende aanslagen hadden moeten worden opgelegd en dat de aanslag onduidelijk was en alleen betrekking had op de voorwaardelijk onbelaste geconserveerde waarde. De rechtbank verwierp deze stellingen. Uit de wet volgt geen verplichting tot het opleggen van twee aanslagen; één aanslag is toegestaan.
De rechtbank vond dat de aanslag weliswaar niet perfect leesbaar was, maar voldoende duidelijk om te begrijpen dat beide geconserveerde waarden waren begrepen. Belanghebbende had ook tijdens de bezwaarprocedure de bedragen voor beide waarden apart genoemd, wat duidt op begrip van de aanslag. Het beroep werd gegrond verklaard vanwege onterecht niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar, maar de aanslag werd gehandhaafd.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en wees de Staat aan als de partij die deze kosten moet vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige belastingkamer van de rechtbank Breda op 9 juni 2008.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de conserverende aanslag en verklaart het beroep gegrond wegens onterecht niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar.