ECLI:NL:GHAMS:2003:AN7513
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Beperking renteaftrek bij winst uit aanmerkelijk belang volgens artikel 38 lid 7 Wet IB 1964
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1999 waarbij de inspecteur de renteaftrek had beperkt op grond van artikel 38, zevende lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Belanghebbende stelde dat de winst uit aanmerkelijk belang ook tot de inkomsten uit rechten die niet op zaken betrekking hebben moest worden gerekend, zodat de renteaftrek niet beperkt zou moeten worden.
Het Hof analyseerde de wetsteksten en de parlementaire geschiedenis en concludeerde dat de winst uit aanmerkelijk belang niet onder de bedoelde inkomsten valt waarop de renteaftrekbeperking van toepassing is. De renteaftrekbeperking geldt dus niet voor de winst uit aanmerkelijk belang, waardoor de door belanghebbende genoten winst uit aanmerkelijk belang niet kan worden betrokken bij de saldering van rente en inkomsten.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag werd gehandhaafd. Het Hof wees tevens af dat proceskosten aan belanghebbende worden opgelegd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1999 gehandhaafd.