ECLI:NL:RBBRE:2008:BE8906
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling heffingsrente bij ambtshalve vermindering voorlopige aanslag vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een BV, ontving in januari 2006 een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting die zij in 11 termijnen betaalde. Na indiening van de definitieve aangifte bleek de aanslag te hoog. De inspecteur verminderde in 2007 ambtshalve de aanslag, maar vergoedde alleen invorderingsrente vanaf 1 januari 2007, niet over het tweede halfjaar 2006.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid op grond van artikel 65 AWR Pro door niet te kiezen voor een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag, waardoor heffingsrente over het tweede halfjaar 2006 niet werd vergoed. De rechtbank stelt de te vergoeden heffingsrente vast op € 2.719.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en wijst zij de Staat aan als de partij die deze kosten moet vergoeden. De uitspraak is gedaan op 3 juli 2008 door rechter Beukers-van Dooren.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat de inspecteur ten onrechte geen heffingsrente heeft vergoed over het tweede halfjaar 2006 en bepaalt een vergoeding van €2.719.