ECLI:NL:RBBRE:2008:BF0029
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke kwalificatie van dwangsom en rente na verkoop akkerbouwbedrijf
Belanghebbende heeft op 19 augustus 2003 haar akkerbouwbedrijf verkocht met de verplichting tot levering uiterlijk 1 december 2003. De koper werkte niet mee aan de levering, waarna via een vonnis een dwangsom werd opgelegd. De levering vond uiteindelijk plaats op 12 juli 2004, waarbij naast de koopsom ook een dwangsom en rentevergoeding werden betaald.
De kern van het geschil betrof de fiscale kwalificatie van deze dwangsom en rentevergoeding: behoren deze tot de winst uit onderneming of tot het privévermogen? De rechtbank stelt vast dat belanghebbende haar onderneming in 2003 heeft gestaakt en dat er geen gerede kans was dat de exploitatie weer voor haar rekening zou komen. De vorderingen en de ontvangen rente en dwangsom zijn dan ook privévermogen.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de aanslag inkomstenbelasting over 2004 aanzienlijk en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten. Hiermee wordt bevestigd dat de fiscale behandeling van de dwangsom en rente niet als winst uit onderneming kan worden aangemerkt.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de dwangsom en rentevergoeding niet tot de winst uit onderneming behoren en vermindert de aanslag inkomstenbelasting over 2004.