ECLI:NL:RBBRE:2008:BF0087
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terecht opgelegde verzuimboete wegens te late indiening aangifte IB/PH 2004
Belanghebbende heeft zijn aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PH) over het jaar 2004 niet tijdig ingediend, waarvoor de inspecteur een verzuimboete van €567 heeft opgelegd. Belanghebbende betoogt dat hij geen schuld treft wegens een dispuut met zijn voormalige adviseur en beroept zich op afwezigheid van alle schuld (AVAS).
De rechtbank overweegt dat uit het arrest van de Hoge Raad van 1 december 2006 niet volgt dat de inspecteur schuld moet bewijzen bij een verzuimboete, maar dat de beoordeling van AVAS vanuit de positie van belanghebbende moet plaatsvinden. Gelet op het feit dat belanghebbende op de hoogte was van het verleende uitstel en het dispuut met de adviseur niet leidt tot afwezigheid van schuld, is de boete terecht opgelegd.
Verder oordeelt de rechtbank dat het beroep op opgewekt vertrouwen jegens de inspecteur niet slaagt omdat dit betrekking heeft op de relatie tussen inspecteur en voormalig adviseur, niet tussen belanghebbende en inspecteur. Ook is het bezwaar over vermeende strijd met het hoor- en wederhoorprincipe ongegrond.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Het vonnis is op 17 juli 2008 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De verzuimboete van €567 wegens te late indiening van de aangifte IB/PH 2004 is terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.