ECLI:NL:RBBRE:2008:BF7167
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beëindiging arbeidsovereenkomst en toepasselijk recht bij expatcontract
De zaak betreft een geschil tussen een Nederlandse werknemer en UCB Pharma B.V. over de beëindiging van een arbeidsovereenkomst en een expatcontract in België. De werknemer vordert nakoming van de arbeidsovereenkomst, loonbetaling en herstel in dienst. UCB voerde verweer met een beëindigingsovereenkomst onder Belgisch recht.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van de EEX-verordening en dat Nederlands arbeidsrecht dwingendrechtelijk van toepassing is volgens het EEG-overeenkomstenverdrag. De werknemer heeft hoofdzakelijk in Nederland gewerkt, met tijdelijke werkzaamheden in België.
De beëindigingsovereenkomst is ondertekend onder druk en zonder voldoende uitleg over de gevolgen voor ontslagbescherming en sociale zekerheid. De voorzieningenrechter oordeelt dat de werknemer niet duidelijk en ondubbelzinnig heeft ingestemd met vrijwillige beëindiging, zodat UCB de overeenkomst niet tegen hem kan inroepen.
De voorzieningenrechter veroordeelt UCB tot nakoming van de arbeidsovereenkomst, betaling van achterstallig salaris en proceskosten, en wijst het meer of anders gevorderde af. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De Nederlandse rechter oordeelt dat de werknemer niet gebonden is aan de beëindigingsovereenkomst en veroordeelt UCB tot nakoming van de arbeidsovereenkomst en betaling van salaris.