ECLI:NL:RBBRE:2008:BG6271
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Geen gezamenlijke huishouding wegens ontbreken wederzijdse verzorging bij bijstandsuitkering
Verzoekster stelde dat zij geen gezamenlijke huishouding voert met haar kennis, ondanks dat zij hetzelfde hoofdverblijf delen, omdat er geen financiële verstrengeling of wederzijdse verzorging is. De gemeente beëindigde haar bijstandsuitkering op grond van het vermoeden van gezamenlijke huishouding. Novadic Kentron bevestigde dat verzoekster onder behandeling is voor een ernstige drugsverslaving en dat haar situatie aanzienlijk verbeterde sinds zij bij haar kennis woont.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel de uitkering op de rekening van de kennis wordt gestort en hij een betalingsregeling beheert, dit past binnen de bijzondere situatie van verzoekster en niet wijst op een gezamenlijke huishouding. Tevens is vastgesteld dat verzoekster geen zorg verleent aan haar kennis, waardoor het criterium van wederzijdse verzorging niet is vervuld.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit tot beëindiging van de uitkering en beval de gemeente de uitkering vanaf 1 juni 2008 voort te zetten. Tevens werden griffierecht en proceskosten aan verzoekster toegekend. De rechtbank benadrukte het belang van overleg tussen partijen en Novadic Kentron om de afhankelijkheid van verzoekster van haar kennis te verminderen.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van verzoekster wordt hersteld omdat geen sprake is van een gezamenlijke huishouding.