ECLI:NL:CRVB:2015:3934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding ondanks inschrijving op afzonderlijke adressen
Appellante vroeg bijstand aan naar de norm voor een alleenstaande ouder. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af omdat zij een gezamenlijke huishouding zou voeren met haar partner H. Appellante stond ingeschreven op een ander adres dan H en stelde dat er geen sprake was van een gezamenlijk hoofdverblijf, omdat H doordeweeks alleen 's nachts bij haar verbleef uit veiligheidsredenen.
De Raad oordeelde dat het hoofdverblijf wordt bepaald aan de hand van concrete feiten en omstandigheden en dat inschrijving op afzonderlijke adressen dit niet uitsluit. Verklaringen van appellante toonden aan dat H vrijwel dagelijks bij haar verbleef, ook overdag in weekenden en vakanties. Dit leidde tot het oordeel dat beiden hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden.
Daarnaast werd beoordeeld of sprake was van wederzijdse zorg. Hoewel er geen financiële verstrengeling was, toonden de feiten aan dat H zorg bood door bescherming en aanwezigheid, terwijl appellante haar woning beschikbaar stelde en H zorg voor haar kinderen overnam. Hierdoor was ook aan het zorgcriterium voldaan.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde de eerdere uitspraak dat appellante geen recht had op bijstand als alleenstaande ouder omdat zij een gezamenlijke huishouding voerde met H.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellante als alleenstaande ouder wordt afgewezen omdat zij een gezamenlijke huishouding voert met haar partner.