ECLI:NL:RBBRE:2008:BG6291
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank handhaaft belastingaanslag en boete na gegrondverklaring beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar
Belanghebbende had geen aangifte inkomstenbelasting gedaan over 2004, waarop de inspecteur een ambtshalve aanslag en verzuimboete oplegde. Belanghebbende maakte bezwaar, maar dit werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens summiere motivering. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar wel voldoende gronden bevatte en verklaart het beroep gegrond.
Hoewel belanghebbende niet expliciet vroeg om zelf in de zaak te voorzien, acht de rechtbank dit passend omdat de aanslag al ambtshalve inhoudelijk was getoetst en meer dan twee jaar waren verstreken sinds de aanslag. Hierdoor weegt het belang van een zorgvuldige bezwaarfase niet op tegen de langere duur van de rechtsonzekerheid.
De rechtbank beoordeelt inhoudelijk dat belanghebbende onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de door hem opgevoerde buitengewone uitgaven en dat de aanslag correct is vastgesteld na ambtshalve vermindering. De verzuimboete wordt gehandhaafd omdat deze niet te hoog is vastgesteld gezien eerdere verzuimen.
De rechtbank wijst klachten over uitstel van betaling af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, en de aanslag en boete gehandhaafd zoals vastgesteld na ambtshalve vermindering.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar vernietigd en de aanslag en boete gehandhaafd na ambtshalve vermindering.