ECLI:NL:RBBRE:2008:BI6809

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
20 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 07/4247
Instantie
Rechtbank Breda
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18, § 1, onderdeel b belastingverdrag Nederland-BelgiëAfdeling 8.2.6 Algemene wet bestuursrechtArtikel 27d Algemene wet inzake rijksbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2005 wegens woonplaats België

Belanghebbende, woonachtig in België sinds mei 2004, ontving in 2005 een W.A.O.-uitkering van bruto €16.368 waarop €3.716 loonheffing werd ingehouden. De inspecteur legde aanvankelijk een aanslag op met een belastbaar inkomen uit werk en woning van €16.368 en een premie-inkomen van €30.357. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag omdat hij van mening was dat de uitkering in België belastbaar was en dat het premie-inkomen €16.368 moest zijn met verrekening van voorheffingen.

De rechtbank oordeelt dat op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en België de uitkering belastbaar is in België. De inspecteur erkende een fout in de aanslag en paste deze ambtshalve aan conform het standpunt van belanghebbende. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de aanslag inkomstenbelasting tot nihil en de premie volksverzekeringen tot een premie-inkomen van €16.368 met verrekening van voorheffingen.

Belanghebbendes klacht over de blokkering van de bankrekening vanwege onderbewindstelling wordt door de rechtbank als niet-fiscaal beoordeeld en valt buiten haar bevoegdheid. De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht.

Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2005 wordt verminderd conform het belastingverdrag met België.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer
Procedurenummer: AWB 07/4247
Uitspraakdatum: 20 maart 2008
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats], België,
eiser,
en
de inspecteur van de Belastingdienst,
verweerder.
Eiser en verweerder worden hierna aangeduid als respectievelijk belanghebbende en inspecteur.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van de inspecteur van 26 september 2007 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende voor het jaar 2005 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 maart 2008.
Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, alsmede de inspecteur,
1. Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar betreffende de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen;
- vermindert de aanslag inkomstenbelasting tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van nihil;
- vermindert de aanslag premie volksverzekeringen tot een berekend naar een premie-inkomen van € 16.368 waarover uitsluitend premies AWBZ zijn verschuldigd naar een tarief van 13,45%, onder verrekening van € 3.716 aan voorheffingen;
- gelast dat de Staat het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 39 aan deze vergoedt.
2. Gronden
2.1. Belanghebbende, geboren op 12 februari 1965, is sedert mei 2004 woonachtig in België.
2.2. In 2005 genoot belanghebbende vanuit Nederland een W.A.O.-uitkering van bruto
€ 16.368. Hierop is € 3.716 aan loonheffing ingehouden.
2.3. Belanghebbende heeft geen ander inkomen dan is vermeld onder 2.2.
2.4. Belanghebbende heeft voor het jaar 2005 niet expliciet gekozen voor behandeling als binnenlands belastingplichtige. Op grond van artikel 18, § 1, onderdeel b van het Verdrag ter vermijding van dubbele belasting gesloten tussen Nederland en België is de uitkering bedoeld onder 2.2 belastbaar in België.
2.5. Met dagtekening 18 juli 2007 wordt aan belanghebbende een definitieve aanslag opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning in Nederland van nihil en een premie-inkomen van € 2.500, zonder verrekening van voorheffingen, doch met verrekening van het premie-deel van de heffingskorting.
2.6. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de inspecteur de bezwaren van belanghebbende bij uitspraak van 26 september 2007 afgewezen, het belastbaar inkomen uit werk en woning in Nederland van belanghebbende over 2005 nader vastgesteld op € 16.368 en het premie-inkomen nader vastgesteld op € 30.357, onder verrekening van voorheffingen en het premie-deel van de heffingskorting.
2.7. Het beroepschrift van belanghebbende tegen de onder 2.6 bedoelde uitspraak op bezwaar is bij de rechtbank ingekomen op 5 oktober 2007.
2.8. Naar de rechtbank uit het beroepschrift en de ter zitting door belanghebbende
gegeven toelichting verstaat, is belanghebbende van mening dat per saldo in Nederland geen inkomstenbelasting is verschuldigd en dat het premie-inkomen 2005 dient te worden vastge-steld op € 16.368, onder verrekeningen van € 3.716 aan voorheffingen en onder verrekening van het premie-deel van de heffingskorting.
2.9. Ter zitting heeft de inspecteur verklaard dat bij de bestreden uitspraak op bezwaar een fout is gemaakt. Ten onrechte werd het premie-inkomen 2005 van belanghebbende herleid tot € 30.357. Bij ambtshalve vermindering de dato 19 december 2007 is de aanslag aangepast op de wijze zoals door belanghebbende onder 2.8 is bepleit.
2.10. Desgevraagd geeft belanghebbende aan dat de inspecteur inmiddels geheel aan de bezwaren van belanghebbende is tegemoetgekomen.
2.11. Naar de rechtbank begrijpt stelt belanghebbende dat hij onder bewind is gesteld en dat de toegang tot de bankrekening, waarop het bedrag van de ambtshalve vermindering is gestort, in verband met deze onderbewindstelling is geblokkeerd. Eerst ter zitting is gebleken dat belanghebbendes grieven voornamelijk betrekking hebben op deze blokkering. De onderbewindstelling en de uitvoering daarvan betreffen echter niet-fiscale kwesties waarin de belastingrechter niet kan en mag treden.
2.12. Gelet op het vorenoverwogene is het beroep gegrond verklaard.
2.13. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is gedaan op 20 maart 2008 door mr. drs. M.G.J.M. van Kempen, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.C.W. Hermus, griffier.
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,
5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.