ECLI:NL:RBBRE:2008:BK4639
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op heffingskortingen bij inkomen echtgenoot in Duitsland
Belanghebbende, gehuwd en zonder inkomen uit werk en woning in 2004, vroeg om uitbetaling van de algemene heffingskorting. De inspecteur keerde een voorlopige teruggaaf uit, maar vorderde deze later terug via een aanslag, inclusief heffingsrente.
De echtgenoot van belanghebbende werkte in Duitsland en was op grond van de belastingverdragen niet in Nederland belastingplichtig. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende geen recht had op heffingskortingen omdat zij geen belastbaar inkomen in Nederland had en het communautaire recht dit niet verplicht anders te behandelen.
Belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat de situatie van een niet-verdienende met een buitenlandse werkende partner wezenlijk verschilt van een vergelijkbare situatie binnen Nederland. De rechtbank zag geen aanleiding voor prejudiciële vragen en wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de terugvordering van heffingskortingen wordt ongegrond verklaard.