ECLI:NL:RBBRE:2008:BK7194
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag stikstofheffing wegens onjuiste vaststelling
Belanghebbende, een varkenshouder, diende voor het jaar 2005 een verfijnde MINAS-aangifte in met een stikstof- en fosfaatheffing van nihil. De inspecteur stelde echter een naheffingsaanslag stikstofheffing vast, gebaseerd op analyse van bemonsterde dierlijke mest, terwijl fosfaatheffing nihil bleef.
Belanghebbende betwistte de aanslag en voerde aan dat alle geproduceerde mest was afgevoerd en dat een toezegging van de minister voor varkenshouders die alle mest afvoeren geen heffing zou opleggen. De rechtbank oordeelde dat deze toezegging niet voor 2005 gold.
De inspecteur kon niet verklaren waarom stikstofheffing werd opgelegd zonder fosfaatheffing, terwijl deze mineralen onlosmakelijk verbonden zijn. Gezien het ontbreken van een aannemelijke verklaring en de stelling van belanghebbende, concludeerde de rechtbank dat de naheffingsaanslag niet juist was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en de naheffingsaanslag stikstofheffing en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De naheffingsaanslag stikstofheffing over 2005 wordt vernietigd wegens onjuiste vaststelling.