ECLI:NL:RBBRE:2009:BI2086
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Kralingen
- Scheffers
- Trippenzee-Braaksma
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens hulpeloos achterlaten echtgenoot na overdosis morfine
De rechtbank Breda heeft vastgesteld dat verdachte haar echtgenoot, die een overdosis morfine had genomen, in een hulpeloze toestand heeft achtergelaten zonder adequate medische hulp in te schakelen. De echtgenoot was niet meer aanspreekbaar en vertoonde tekenen van ernstige nood, maar verdachte volgde het medisch advies niet op en gaf onjuiste informatie aan de huisarts.
Hoewel de verdediging aanvoerde dat sprake was van zelfmoord en dat verdachte ontoerekeningsvatbaar was, oordeelde de rechtbank dat het feit dat iemand zelfmoord wilde plegen niet relevant is voor de hulpeloze toestand. Verdachte had voldoende inzicht in haar handelen, waardoor voorwaardelijk opzet op het voortduren van de hulpeloze toestand werd aangenomen.
Desondanks concludeerden deskundigen dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was vanwege een psychotische stoornis. Dit leidde ertoe dat de rechtbank verdachte ontsloeg van alle rechtsvervolging. Een maatregel werd niet opgelegd omdat verdachte reeds civielrechtelijk in een psychiatrisch ziekenhuis verbleef.
De rechtbank benadrukte dat er geen sprake was van een belangenconflict tussen de plicht tot hulpverlening en het respecteren van een doodswens, omdat niet was vastgesteld dat de echtgenoot een weloverwogen doodswens had en verdachte hiervan op de hoogte was.
De bewezenverklaring betrof het opzettelijk in een hulpeloze toestand laten van iemand tot wiens verzorging verdachte wettelijk verplicht was, met de dood tot gevolg.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid ondanks bewezen voorwaardelijk opzet op het laten voortduren van de hulpeloze toestand met de dood tot gevolg.