ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ1782
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over heffingsrente bij ambtshalve vermindering voorlopige aanslagen
Belanghebbende kreeg twee voorlopige aanslagen inkomstenbelasting opgelegd, die door de inspecteur ambtshalve werden verminderd. De rechtbank moest beoordelen of de berekende heffingsrente bij deze verminderingen juist was.
De inspecteur stelde dat tegen de heffingsrente bij ambtshalve verminderingen geen bezwaar openstaat, omdat deze geen voor bezwaar vatbare beschikkingen zouden zijn. De rechtbank verwierp dit standpunt en oordeelde dat deze verminderingen wel als afzonderlijke voor bezwaar vatbare beschikkingen moeten worden beschouwd.
Verder stelde de rechtbank vast dat de inspecteur onterecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot ambtshalve vermindering (artikel 65 AWR Pro) terwijl hij een aanvullende negatieve voorlopige aanslag had moeten opleggen. Hierdoor werd belanghebbende onnodig in zijn rechtsbescherming beknot en leed hij een heffingsrente nadeel.
De rechtbank stelde de te vergoeden heffingsrente vast op €1.185 en vernietigde de uitspraak op bezwaar. Tevens werd het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en stelt de heffingsrente vast op €1.185.