ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ1833
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. de Werd
- A.A. den Hartog
- C.A.F.M. Stassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing liquidatieverlies en afwaarderingsverlies bij verkoop aandelen zonder formele ontbinding
X BV verkocht in 2004 haar 17%-aandelenbelang in Y BV voor € 1, leidend tot een verlies van € 170.000. Belanghebbende stelde dat Y BV materieel geliquideerd was en wilde dit verlies als liquidatieverlies aftrekken. De inspecteur weigerde dit, omdat formeel geen sprake was van ontbinding en vereffening. De rechtbank bevestigde dat de liquidatieverliesregeling formele criteria hanteert en dat materiële gelijkstelling alleen in uitzonderlijke gevallen geldt, zoals beschreven in de Resolutie van 1971.
De rechtbank oordeelde dat de situatie van X BV niet overeenkomt met de in de Resolutie genoemde uitzonderingen, waardoor het beroep op liquidatieverlies niet slaagt. Daarnaast kon belanghebbende geen beroep doen op afwaarderingsverlies op grond van artikel 13ca Wet VPB 1969, omdat het aandelenbelang onder de vereiste 25% lag.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank legde geen proceskosten op en wees partijen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van X BV op aftrek van liquidatieverlies en afwaarderingsverlies wordt ongegrond verklaard.