ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ2695
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. van Duijn
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beschikking aansprakelijkstelling belasting
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een beschikking aansprakelijkstelling van de ontvanger van de Belastingdienst. Tijdens de procedure is de beschikking door de ontvanger ingetrokken, waardoor het geschil zich beperkte tot de hoogte van de proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft vastgesteld dat belanghebbende aanspraak maakt op vergoeding van proceskosten, maar dat bijzondere omstandigheden voor vergoeding van daadwerkelijk gemaakte kosten niet zijn gesteld of aannemelijk gemaakt. De ontvanger stemde in met een forfaitaire vergoeding conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank oordeelde dat de door belanghebbende aangevoerde jurisprudentie geen bijzondere omstandigheden oplevert die een hogere vergoeding rechtvaardigen. Ook de beperkte inzage in het dossier aan belanghebbende zelf werd niet als ernstig genoeg beschouwd.
Uiteindelijk werd de proceskostenvergoeding vastgesteld op € 1.127 en de Staat als rechtspersoon aangewezen om deze aan belanghebbende te vergoeden. Tevens werd het griffierecht van € 39 vergoed.
Uitkomst: De rechtbank wijst een forfaitaire proceskostenvergoeding van € 1.127 toe aan belanghebbende na intrekking van de beschikking aansprakelijkstelling.