ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ2899
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag omzetbelasting wegens niet aannemelijk gemaakte buitenlandse dienstverlening
Belanghebbende, een ondernemer gevestigd in Nederland, voerde diensten uit voor voornamelijk Luxemburgse vennootschappen. De inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op over het tijdvak 2002-2004, met bijbehorende boetes, na een boekenonderzoek.
De kern van het geschil betrof de plaats van dienstverrichting en de toepasselijkheid van het nultarief voor diensten aan buitenlandse afnemers. Belanghebbende stelde dat zijn werkzaamheden bestonden uit het bij elkaar brengen van partijen in financieringen en investeringen, en dat deze diensten buiten Nederland plaatsvonden.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de diensten betrekking hadden op onroerende zaken of dat sprake was van financiële verrichtingen zoals bedoeld in de Wet OB. Ook was niet duidelijk wie de afnemers waren en welke werkzaamheden precies waren verricht. De hoofdregel dat diensten worden geacht in Nederland te zijn verricht bleef daarom van toepassing.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar, en verminderde de naheffingsaanslag tot €31.039 en de boete tot €920. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting en boete worden verminderd omdat niet is aangetoond dat de diensten buiten Nederland zijn verricht.