ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ4731
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legesheffing bouwvergunning distributiecentrum ondanks fout in verordening
Belanghebbende vroeg een bouwvergunning aan voor een distributiecentrum met kantoren. De gemeente legde een legesnota op van €351.002,50, gebaseerd op een verordening met een foutieve wetsverwijzing. De rechtbank oordeelde dat niet iedere fout in regelgeving leidt tot onverbindendheid als het belastbare feit en tarief duidelijk zijn. Hier was dat het geval, ondanks de foutieve verwijzing naar de Woningwet.
De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar bevoegd was de uitspraak op bezwaar te doen en dat de legesverordening en tarieventabel een wettelijke basis boden voor de heffing. Verder oordeelde de rechtbank dat gemeenten een grote vrijheid hebben bij het vaststellen van legestarieven en dat geen verband hoeft te bestaan tussen kosten en heffing in individuele gevallen.
Belanghebbende stelde dat de heffing onredelijk en willekeurig was en in strijd met het gelijkheidsbeginsel, maar de rechtbank vond geen bewijs dat de heffing voor grote bouwers buitensporig was. De legesheffing werd daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de legesheffing van €351.002,50.