ECLI:NL:RBBRE:2009:BK0452
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking en herverlening horeca-exploitatievergunning coffeeshop Roosendaal
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Roosendaal om de horeca-exploitatievergunning van een coffeeshop te intrekken en tegelijkertijd een nieuwe vergunning te verlenen met een nulbeleid ten aanzien van de verkoop van softdrugs. Dit beleid is vastgelegd in de Nota Cannabisbeleid 2009, waarin de verkoop van softdrugs niet langer wordt gedoogd.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het nieuwe beleid niet kennelijk onredelijk is en dat de overgangstermijn van zes maanden redelijk is. De intrekking en herverlening van de vergunning wordt gezien als een appellabel besluit, mede omdat de nieuwe vergunning een weigering te gedogen inhoudt. Vanwege de grote financiële gevolgen voor de exploitant acht de voorzieningenrechter dit een bijzondere omstandigheid.
De voorzieningenrechter weegt het belang van de exploitant af tegen het algemene belang van openbare orde en veiligheid, waarbij het gemeentelijke beleid om drugstoerisme en overlast te beperken prevaleert. Gezien de inspraakprocedure en onderbouwing van het beleid is er geen sprake van schending van het zorgvuldigheids- of evenredigheidsbeginsel.
Het verzoek om schorsing van het besluit wordt afgewezen omdat het cannabisbeleid niet kennelijk onredelijk is en de overgangstermijn niet onredelijk kort. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die afwijking van het beleid rechtvaardigen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het intrekken en herverlenen van de horeca-exploitatievergunning met nulbeleid wordt afgewezen.