ECLI:NL:RBBRE:2009:BK1545
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Indeling accijnstarief alcoholhoudende dranken vervaardigd uit gegiste appels
Belanghebbende, een B.V., maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag accijns opgelegd door de inspecteur over het tijdvak oktober 2008. De kern van het geschil betrof de juiste indeling van een gegiste appelvloeistof en daaraan toegevoegde producten onder de gecombineerde nomenclatuur (GN) voor accijnsdoeleinden.
De rechtbank stelde vast dat het hoofdproduct, een vloeistof gemaakt van gegiste appels, wel degelijk een drank is die geschikt is voor menselijke consumptie en daarom onder post 2206 van de GN valt. De overige producten, die voor 80-90% uit het hoofdproduct bestaan maar met toevoeging van suiker en aroma's, verliezen hun wezenlijke karakter van gegiste drank en vallen onder de omschrijving van likeuren in post 2208 van de GN.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, verklaarde het beroep gegrond en verminderde de naheffingsaanslag van € 77,61 naar € 72,50. Tevens werden de proceskosten en griffierecht aan belanghebbende toegekend. Het beroep op het non-discriminatiebeginsel werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank benadrukte dat bij producten die onder twee GN-posts kunnen vallen, de post met het laatst geplaatste nummer (hier 2208) geldt indien geen van beide posten specifiek is. Dit leidde tot de bevestiging van de inspecteurs indeling voor de overige producten, terwijl het hoofdproduct onder post 2206 viel.
Uitkomst: De naheffingsaanslag accijns is verminderd voor het hoofdproduct onder GN-post 2206, terwijl de overige producten onder GN-post 2208 blijven vallen.