Voetnoten
1.Alcoholhoudende dranken die zowel gegiste als gedistilleerde alcohol bevatten zijn ook onderwerp van zaak 12/05326. Die zaak betreft een tweede cassatie in de procedure waarin de Hoge Raad eerder prejudiciële vragen aan het HvJ voorlegde en die heeft geleid tot het arrest Siebrand. Indelingsproblemen inzake alcoholhoudende dranken zonder gedistilleerde alcohol zijn aan de orde in zaken 12/05757 en 12/05758. In laatstgenoemde zaak neem ik heden eveneens conclusie.
2.Ik merk op dat in de aanvraag voor een bindende tariefinlichting een alcoholgehalte van 12,5% is vermeld (zie ook punt 2.1 van deze conclusie).
3.Namelijk bij brief van 31 maart 2006.
4.De inspecteur van de Belastingdienst/[P]. Deze Inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en de procedure bij de Rechtbank en het Hof gevoerd.
5.Zie ook punt 6.2 van de bestreden uitspraak, waarin het Hof de inhoud van de brief parafraseert.
6.MvH: gedoeld wordt op het arrest Siebrand.
7.Zie zijn brief van 11 juni 2012.
8.Zie haar brief van 6 juli 2012.
9.Zie zijn brief van 26 juli 2012.
10.MvH: post 2203 betreft bier van mout, post 2204 wijn van verse druiven (ook indien alcohol is toegevoegd) en in post 2205 worden ingedeeld vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of aromatische stoffen.
11.Gebaseerd op Verordening EEG nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, Pb L 256, blz. 1.
12.GS-toelichtingen zijn afkomstig van de Harmonized System Committee van de Wereld Douane Organisatie (WDO), GN-toelichtingen van de Europese Commissie.
13.Overwegingen als hier geparafraseerd komen voor in vele arresten over de indeling van goederen. Ik verwijs - zonder volledigheid na te streven - naar de arresten van het HvJ van 4 maart 2004, Krings, C-130/02, punt 28, van 17 maart 2005, Ikegami, C-467/03, DR 2005/66 m.nt. Possen, punt 17, van 13 juli 2006, Anagram, C-14/05, DR 2007/21 m.nt. Hesselink, punt 20, van 5 juni 2008, JVC France SAS, C-312/07, DR 2008/59, punt 34, en van 18 juni 2009, Kloosterboer, C-173/08, DR 2009/56 m.nt. Hesselink, punt 25, HvJ 18 juli 2007, Olicom, C-142/06, punt 17, van 11 december 2008, Kip Europe e.a., gevoegde zaken C-362/07 en C-363/07, punt 27, en van 7 mei 2009, C-150/08, Siebrand, BNB 2009/160, punt 25.
14.Het HvJ heeft herhaaldelijk geoordeeld dat het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de posten van de gecombineerde nomenclatuur en in de aantekeningen bij de afdeling of het hoofdstuk zijn omschreven. Zie onder meer HvJ 18 juli 2007, Olicom, C-142/06, punt 16, HvJ 19 februari 2009, Kamino International Logistics, C-376/07, BNB 2010/29 m.nt. Van Slooten, punt 31, HvJ 7 mei 2009, C-150/08, Siebrand, BNB 2009/160, punt 24, HvJ 20 mei 2010, Data I/O, C-370/08, punt 29 en HvJ 14 juli 2011, Paderborner Brauerei Haus Cramer, C-196/10, punt 31.
15.Daarbij merk ik op dat de in de toelichting op post 2206 van de GN gehanteerde term ‘behouden’ impliceert dat een drank die van oorsprong al geen ‘2206-drank’ was, dat niet kan worden door toevoeging van alcohol.
16.De vragen van de Hoge Raad luidden: “(1) Kan een drank die in enige mate gedistilleerde alcohol bevat, doch overigens voldoet aan de omschrijving van post 2206 van de GN, in laatstgenoemde post worden ingedeeld indien het betreft een gegiste drank die door toevoeging van water en bepaalde stoffen de smaak, de geur en/of het uiterlijk van een drank uit een bepaalde vrucht of bepaald natuurproduct heeft verloren? (2) Indien het antwoord op de vorige vraag bevestigend luidt, aan de hand van welk criterium moet dan worden bepaald of de drank wegens het bevatten van gedistilleerde alcohol niettemin moet worden ingedeeld in post 2208 van de GN?”
17.Citaat ontleend aan punt 23 van het arrest Siebrand.
18.Of daaraan in de zaak Siebrand ook daadwerkelijk was voldaan stond niet vast en diende nader te worden vastgesteld (Hoge Raad 13 november 2009, nr. 43038bis, ECLI:NL:HR:2009:BK3086, BNB 2010/10, en NTFR 2010, 100, m.nt. Benning). De verwijzing door de Hoge Raad leidde tot de uitspraak van het Hof ’s-Hertogenbosch van 2 november 2012, nr. 09/00620, ECLI:NL:GHSHE:2012:BY3270, NTFR 2012, 2684, tegen welke uitspraak beroep in cassatie is ingesteld (thans aanhangig onder nummer 12/05326). 19.Zie ik het goed dan zien organoleptische eigenschappen op geur en smaak van het product, en valt het uiterlijk (hoewel dat ‘zien’ betreft) buiten die categorie. In dit verband valt te wijzen op de omschrijving van organoleptisch onderzoek in Van Dale’s Groot woordenboek der Nederlandse taal: ‘het beoordelen door middel van proeven en ruiken’. Het lijkt erop dat dit ook in het Europese recht zo wordt gezien, althans dat leid ik af uit punt 68 van de conclusie van A-G Léger van 22 april 1999 in zaak C-240/97 (Commissie/Spanje), waarin twee afzonderlijke soorten onderzoek worden genoemd: visueel en organoleptisch. In punt 37 van het arrest Siebrand lijkt het HvJ het uiterlijk, de geur en de smaak echter op één organoleptische hoop te gooien.
20.MvH: mij is niet duidelijk waarop het HvJ deze vaststelling baseert. Noch in de uitspraak van Hof Arnhem van 26 januari 2006, nr. 04/01084, ECLI:NL:GHARN:2006:AV2216, noch in het arrest van de Hoge Raad waarin prejudiciële vragen zijn gesteld (HR 21 maart 2008, nr. 43038, ECLI:NL:HR:2008:AZ4335, BNB 2008/152 m.nt. Van Slooten en NTFR 2008, 663 m.nt. Benning) zijn feiten vastgesteld die zien op vorm, kleur of handelsnaam. Overigens zijn wel de merknamen van de verschillende producten door Hof Arnhem en de Hoge Raad benoemd en is de Hoge Raad er in cassatie van uitgegaan dat de producten kleurstoffen bevatten. 21.Andere dan die welke onder de posten 2203 tot en met 2205 vallen.
22.Niet is in geschil dat het basisproduct Ferm Fruit een drank is, zie punt 6.4 van ’s Hofs uitspraak. Dit oordeel acht ik juist. Ik verwijs naar onderdeel 7 van mijn conclusie van heden in zaak 12/05758. In die zaak is naast een aantal andere dranken ook de indeling van Ferm Fruit in geschil.
23.De Inspecteur heeft in zijn brief van 11 maart 2011, blz. 2, onbetwist gesteld dat de alcohol ontstaat door “verhitting en vergisting”.
24.De Inspecteur heeft in zijn brief van 11 maart 2011, blz. 2, onbetwist gesteld dat het alcoholpercentage van het basisproduct 16% vol bedraagt. Zie ook de in de uitspraak van de Rechtbank onder de vastgestelde feiten opgenomen receptuur van Petrikov.
25.Zie de aanvraag voor een bti, geciteerd in punt 2.2 van deze conclusie.
26.Zie de verklaring van belanghebbende in het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting van het Hof van 1 juli 2008, blz. 2. Dit volgt ook uit de brief van leverancier Alko International B.V. van 8 januari 2009, bijlage 1 bij de brief van de Inspecteur aan het Hof van 5 augustus 2009, waarin wordt vermeld: “Na vergisting worden reststoffen middels verschillende schoningsmethoden verwijderd.” De Inspecteur heeft in zijn brief van 11 maart 2011, blz. 2, onbetwist gesteld dat “ter verwijdering van allerlei reststoffen ultracentrifugatie, Kiezelguhr-filtratie, microfiltratie en koolstoffiltratie” worden toegepast. Hof ’s-Hertogenbosch heeft in punt 2.4 van zijn uitspraak van 2 november 2012, nrs. 09/00673 en 09/00674, ECLI:NL:GHSHE:2012:BY3306, NTFR 2012, 2685 (waartegen overigens beroep in cassatie is ingesteld, zaak 12/05758 ) inzake de bereiding van het basisproduct vastgesteld dat er wordt gezuiverd door “ultrafiltratie, Kiezelguhr-filtratie, microfiltratie en carbonfiltratie”. Die vaststelling is in die zaak niet in geschil. 29.Het Douane Laboratorium heeft het basisproduct onderzocht en was van oordeel dat het een kleurloze heldere vloeistof is met een neutrale geur, bijlage 3 bij de brief van de Inspecteur aan het Hof van 5 augustus 2009.
30.Hieraan doet mijns inziens niet af het arrest van het HvJ van 17 oktober 1995, Société Pardo & Fils en Camicas, gevoegde zaken C-59/94 en C-64/94, waarin het HvJ, inzake gearomatiseerde wijn overwoog (punt 19) dat de toevoeging van water en suiker in redelijke hoeveelheden het wezenlijk karakter van de in die zaak in geding zijnde gearomatiseerde wijn kon veranderen.
31.Dit sluit aan bij de procedure zoals die door het Hof aan partijen is meegedeeld ter zitting van het Hof van 15 juni 2010 (zie het proces-verbaal van die zitting, blz. 3):
32.Zie punt 3.2.3 van deze conclusie.
33.Het (mondiale) GS ziet op de eerste zes cijfers van de goederencode. Verwezen zij naar E.N. Punt en D.G. van Vliet,
34.MvH: bedoeld wordt het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 7 oktober 2005, nr. CPP2005/1510M.
35.Dit besluit is twee keer ingetrokken. Een keer bij besluit van 21 maart 2008, nr. CPP2007/3285M, Stcrt. nr. 70, en nadien nog een keer met ingang van 1 januari 2010 bij besluit van 7 december 2009, CPP2009/2274M. Hoe dit ook zij, het besluit bestond nog in 2006, toen de feiten van deze zaak zich voordeden.
36.Bij mijn weten is dit stroomschema niet gepubliceerd.
37.Zie, meer uitgebreid, E.N. Punt en D.G. van Vliet,
38.Directoraat-generaal Belastingen en douane-unie.
39.“Schending dan wel verkeerde toepassing van het recht en/of verzuim van vormen die nietigheid met zich brengt, omdat het Hof geen vergoeding van proceskosten heeft toegekend.”