ECLI:NL:RBBRE:2009:BK1994
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dubbele belastingheffing successierecht bij aandelen onroerendezaaklichaam
De zaak betreft een geschil over de heffing van successierecht op aandelen in een onroerendezaaklichaam, [X] B.V., die deel uitmaken van de nalatenschap van een erflater die woonde in België maar volgens de Nederlandse woonplaatsfictie als inwoner van Nederland werd beschouwd.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag successierecht opgelegd door de Nederlandse inspecteur, waarbij geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting werd verleend voor de waarde van de aandelen. De Belgische belastingdienst had eveneens successierecht geheven, waarbij de aandelen als roerend vermogen werden aangemerkt.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse wetgeving en het Besluit ter voorkoming van dubbele belasting niet in strijd zijn met het EG-verdrag, mede gelet op vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie EG (onder meer arrest Block). De woonplaatsfictie en de kwalificatie van aandelen als onroerende zaken in Nederland rechtvaardigen het ontbreken van aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de aanslag tot €166.322. Tevens veroordeelt zij de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt de autonomie van lidstaten bij de heffing van successierecht en het ontbreken van harmonisatie op dit terrein.
Uitkomst: De aanslag successierecht wordt verminderd tot € 166.322 en het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard.