ECLI:NL:RBBRE:2009:BK2015
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A.F.M. Stassen
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- G.H.C. Blommers
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkstelling inlener voor naheffingsaanslagen loonheffing en omzetbelasting
Belanghebbende, een onderneming in de landbouwsector, werd aansprakelijk gesteld voor naheffingsaanslagen loonheffing en omzetbelasting die aan uitlener [X] B.V. waren opgelegd over de periode 2001-2004. [X] was failliet verklaard en had geen sluitende administratie, waardoor de Belastingdienst het anoniementarief toepaste.
Belanghebbende voerde aan dat de Belastingdienst onzorgvuldig had gehandeld door haar niet actief te informeren over de fiscale status van [X], waardoor zij in een nadelige bewijspositie was gekomen. Ook stelde zij dat de aansprakelijkstelling onjuist en te hoog was, mede vanwege betalingen op de G-rekening en het ontbreken van identificatiebewijzen van ingeleende werknemers.
De rechtbank oordeelde dat de aansprakelijkstelling op grond van artikel 34 Invorderingswet Pro 1990 terecht was, dat de Belastingdienst voldoende zorgvuldig had gehandeld binnen haar bevoegdheden en dat het aan belanghebbende zelf was om haar administratie op orde te houden. De toepassing van het anoniementarief was gerechtvaardigd vanwege het ontbreken van juiste loonadministratie bij [X]. Betalingen op de G-rekening waren correct verwerkt en de stelling dat de aansprakelijkstelling als straf moest worden aangemerkt werd verworpen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en belanghebbende werd niet in het gelijk gesteld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kon hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aansprakelijkstelling is ongegrond verklaard.