ECLI:NL:HR:2008:BD0453
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid inlenersaansprakelijkheid bij ontbreken identiteitsbewijzen en urenstaten
Belanghebbende, exploitant van een tuinderij, werd op grond van de Invorderingswet 1990 aansprakelijk gesteld voor loonbelasting die A, een agrarisch loonbedrijf dat werknemers aan belanghebbende uitleende, niet had betaald over de jaren 1999 en 2000. De naheffingsaanslagen waren berekend met toepassing van het anoniementarief vanwege het ontbreken of de ongeldigheid van loonbelastingverklaringen en identiteitsbewijzen.
Het hof had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aansprakelijkstellingen verminderd, stellende dat ten onrechte was uitgegaan van het anoniementarief. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had door het anoniementarief niet toe te passen, omdat belanghebbende niet kon aantonen dat de identiteit van de ingeleende werknemers op deugdelijke wijze was vastgesteld en dat er geen urenstaten waren overgelegd. De Hoge Raad bevestigde dat de aansprakelijkstelling terecht was en vernietigde het arrest van het hof.
De Hoge Raad wees erop dat de wet en beleidsregels vereisen dat de inlener de identiteit van ingeleend personeel kan aantonen en loongegevens kan individualiseren. Het ontbreken hiervan leidt tot toepassing van het anoniementarief en aansprakelijkheid. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de aansprakelijkheid van belanghebbende wegens ontbreken van juiste identificatie van ingeleend personeel.