ECLI:NL:RBBRE:2009:BK2321
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlenging loondoorbetalingsverplichting wegens onvoldoende feitelijke grondslag
Eiseres, een werkgever, stelde beroep in tegen het besluit van het UWV tot verlenging van de loondoorbetalingsverplichting voor een werknemer die sinds 2006 arbeidsongeschikt was vanwege knieklachten en obesitas. De bedrijfsarts had een afwachtende houding aangenomen en onvoldoende re-integratie-inspanningen verricht, met name ten aanzien van gewichtsreductie, terwijl de werknemer fors was aangekomen. De werkgever volgde echter de adviezen van de bedrijfsarts en had geen reden te twijfelen aan diens adequaatheid.
De rechtbank oordeelde dat re-integratie ook het bevorderen van mogelijkheden tot arbeid omvat, zoals gewichtsreductie, en dat de bedrijfsarts tekort was geschoten in zijn begeleiding. Desondanks kon de werkgever niet worden verweten onvoldoende re-integratie-inspanningen te hebben geleverd, omdat zij niet zelfstandig mocht aandringen op medische behandelingen en geen signalen had ontvangen die tot actie hadden moeten leiden.
Het bestreden besluit van het UWV berustte op een onvoldoende feitelijke grondslag en werd vernietigd. De rechtbank herroept het primaire besluit en bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens veroordeelt zij het UWV in de proceskosten en vergoedt het griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het besluit tot verlenging van de loondoorbetalingsverplichting wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen omdat de werkgever geen verwijt treft ondanks onvoldoende re-integratie-inspanningen door de bedrijfsarts.