ECLI:NL:RBBRE:2009:BK2980
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing wegens niet-naleving hoorplicht bij naheffingsaanslag loonbelasting 2006
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen over 2006 opgelegd, inclusief een vergrijpboete. Tegen de uitspraak op bezwaar hiertegen werd beroep ingesteld bij de rechtbank Breda.
Belanghebbende stelde dat de inspecteur niet voldeed aan de hoorplicht zoals voorgeschreven in artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De inspecteur meende dat aan de hoorplicht was voldaan omdat belanghebbende bij vooraankondiging van de uitspraak op bezwaar de mogelijkheid kreeg om te worden gehoord, maar niet binnen 14 dagen reageerde.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur in strijd met een arrest van de Hoge Raad van 15 mei 2009 en het destijds geldende besluit van de staatssecretaris gehandeld heeft door geen contact op te nemen met belanghebbende om alsnog de gelegenheid te bieden tot horen. Daarom vernietigde de rechtbank de uitspraak op bezwaar en wees de zaak terug naar de inspecteur.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en bepaalde dat de Staat het betaalde griffierecht moest vergoeden. De rechtbank benadrukte dat stilzwijgende afstand van het recht om te worden gehoord niet mag worden aangenomen zonder uitdrukkelijke verklaring van belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar wegens niet-naleving van de hoorplicht en wijst de zaak terug naar de inspecteur.