ECLI:NL:RBBRE:2009:BK4886
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Handhaving concurrentie- en relatiebeding in arbeidsovereenkomst advocaat
De werknemer, sinds 2002 werkzaam bij Houben als advocaat, heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd en wenst bij een concurrerend kantoor in Breda te gaan werken. Hij vordert schorsing van het concurrentie- en relatiebeding uit zijn arbeidsovereenkomst. De werkgever verzet zich tegen deze vordering en eist handhaving van de bedingen en boetes bij overtreding.
De rechtbank stelt vast dat de bedingen rechtsgeldig zijn overeengekomen. De werknemer stelt dat handhaving onbillijk is, maar kan geen concrete feiten aanvoeren die zijn carrière of ontwikkeling bij Houben belemmeren. De werkgever heeft een zwaarwegend belang bij bescherming van haar zakelijke belangen, mede omdat het concurrerende kantoor is opgericht door oud-medewerkers en de werknemer bekend is in het netwerk.
De voorzieningenrechter weegt de belangen en oordeelt dat het belang van de werkgever zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van de werknemer. Het concurrentiebeding wordt geschorst voor het deel dat het geldt na één jaar na het einde van het dienstverband. De overige vorderingen worden afgewezen. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten van de werkgever.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt geschorst na één jaar na einde dienstverband, overige vorderingen worden afgewezen.