ECLI:NL:RBBRE:2009:BK5949
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg vaststellingsovereenkomst over salariscompensatie na beëindiging dienstverband
Eiseres, een docente met Belgische nationaliteit, vordert betaling van achterstallig salaris op grond van een vaststellingsovereenkomst met haar werkgever SOSO. Deze overeenkomst kwam voort uit een uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) over discriminatoire inschaling. SOSO bood compensatie aan die was gebaseerd op een vergelijking met een collega en een maandelijkse nabetaling van €100 bruto.
SOSO betwist de vordering en stelt onder meer dat de betaling gekoppeld is aan het dienstverband en dat de overeenkomst niet bedoeld was als volledige nabetaling. Ook voert zij aan dat eiseres haar dienstverband zelf heeft beëindigd en dat het onaanvaardbaar is dat zij aanspraak maakt op de resterende termijnen.
De kantonrechter stelt vast dat partijen geen rekening hebben gehouden met een vroegtijdige beëindiging van het dienstverband en dat de overeenkomst moet worden uitgelegd naar wat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Uit de brief van 18 januari 2006 blijkt dat SOSO een volledige nominale compensatie beoogde, uitgesmeerd over de tijd.
De kantonrechter verwerpt het verweer dat betaling afhankelijk is van voortzetting van het dienstverband en ook het beroep op redelijkheid en billijkheid faalt. De primaire vordering tot betaling van €6.700 wordt afgewezen wegens gebrek aan grondslag, maar de subsidiaire vordering tot betaling van €100 per maand tot 31 juli 2014 wordt toegewezen. SOSO wordt veroordeeld tot betaling van de termijnen en de wettelijke rente, en in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de subsidiaire vordering tot betaling van resterende salaristermijnen toe en veroordeelt SOSO tot betaling met wettelijke rente en proceskosten.