ECLI:NL:RBBRE:2009:BK6121
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat verkoop gebruiksrechten gelijkgesteld moet worden aan aandelenuitgifte en bevestigt recht op BTW-aftrek
Belanghebbende, een onderneming die zich bezighoudt met de verkoop van gebruiksrechten op vakantiewoningen in Italië, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting omdat de inspecteur meende dat zij geen ondernemer was en geen recht had op aftrek van voorbelasting.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende aanzienlijke bedragen had geïnvesteerd in vakantiewoningen met het oog op verhuur en dat de verkoop van gebruiksrechten gepaard ging met een gegarandeerd rendement aan kopers. Hoewel de gebruiksrechten formeel recht gaven op gebruik, was dit in de praktijk niet mogelijk omdat belanghebbende het exclusieve verhuurrecht had.
De rechtbank oordeelde dat de verkoop van gebruiksrechten gelijkgesteld moet worden aan de uitgifte van aandelen, wat op zichzelf geen economische activiteit is volgens het arrest Kretztechnik van het Europees Hof van Justitie. Desondanks is belanghebbendes bedrijfsactiviteit de verhuur van vakantiewoningen, een belaste economische activiteit, waardoor alle voorbelasting aftrekbaar is.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de naheffingsaanslag en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt het recht op BTW-aftrek voor kosten die samenhangen met de belaste verhuuractiviteiten ondanks de aandelenachtige structuur van de gebruiksrechten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de naheffingsaanslag, bevestigend dat belanghebbende recht heeft op aftrek van BTW-voorbelasting.