ECLI:NL:RBBRE:2009:BK7320

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
25 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/2410
Instantie
Rechtbank Breda
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 66 Wet belastingen op milieugrondslagArt. 11 Wet van 1829, Stb. 28Afdeling 8.2.6 Algemene wet bestuursrechtArt. 27d Algemene wet inzake rijksbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling teruggaaf energiebelasting bij tariefwijziging en drempeloverschrijding

Belanghebbende heeft in 2008 een grote hoeveelheid gasolie ingekocht en verzocht om teruggaaf van energiebelasting. De inspecteur verleende teruggaaf over het aantal liters dat de drempel van 153.000 liter overschreed, tegen het lagere tarief dat vanaf 1 juli 2008 van kracht was.

De kern van het geschil was of de drempel van 153.000 liter tijdsevenredig moest worden aangepast, zodat voor het eerste halfjaar het hogere tarief zou gelden. De rechtbank stelde vast dat de wet geen grond biedt voor een dergelijke aanpassing en dat het recht op teruggaaf pas ontstaat bij overschrijding van de drempel in het kalenderjaar, ongeacht het moment waarop dat gebeurt.

Belanghebbende voerde aan dat de toepassing van het lagere tarief tot rechtsongelijkheid leidt, maar de rechtbank verwierp dit. Ook een beroep op redelijkheid en billijkheid slaagde niet, omdat de rechter gebonden is aan de wet en geen ruimte heeft om daarvan af te wijken.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het lagere tarief vanaf 1 juli 2008 wordt bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer
Procedurenummer: AWB 09/2410
Uitspraakdatum: 25 november 2009
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen
[eiseres] BV, gevestigd te Someren,
eiseres,
en
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane Zuid, kantoor Roosendaal,
verweerder.
Eiseres wordt hierna belanghebbende genoemd en verweerder inspecteur.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van de inspecteur van 28 april 2009 op het bezwaar van belanghebbende tegen de teruggaafbeschikking Accijns verbruiksbelasting [nummer I]D.007 met dagtekening 18 maart 2009 (hierna: beschikking).
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2009. Aldaar zijn verschenen en gehoord namens belanghebbende, [naam], alsmede namens de inspecteur, [naam].
1.Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
2.Gronden
2.1.Belanghebbende heeft in het onderhavige jaar een grote hoeveelheid gasolie ingekocht. Zij heeft in februari 2009 op grond van de Wet belastingen op milieugrondslag (hierna: de Wet) om teruggaaf van energiebelasting verzocht. De inspecteur heeft bij beschikking € 16.391 teruggaaf verleend (134.614 liter tegen het tarief van € 121,76 per 1000 liter).
2.2.Artikel 66 van Pro de Wet bepaalt dat om teruggaaf energiebelasting verzocht kan worden voor die hoeveelheid gasolie die (in één kalenderjaar) de drempel van 153.000 liter te boven gaat. Het tarief voor de teruggaaf op gasolie is op 1 juli 2008 verlaagd van € 151,76 naar € 121,76 per 1000 liter. Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende pas na 30 juni 2008 de drempel van 153.000 liter heeft overschreden.
2.3.In geschil is het antwoord op de vraag of het vanaf 1 juli 2008 geldende tarief terecht is toegepast voor het hele kalenderjaar 2008. Belanghebbende meent dat de inspecteur rekening had moeten houden met deze tariefswijziging door een drempel van 76.500 liter voor het eerste half jaar en eenzelfde drempel voor het tweede half jaar te hanteren. De inspecteur is van mening dat van een tijdsevenredige verlaging van de drempel geen sprake kan zijn en dat, nu de drempel van 153.000 liter eerst na 30 juni 2008 is overschreden, slechts het dan geldende tarief van toepassing kon zijn.
2.4.Het recht op teruggaaf vloeit rechtstreeks voort uit de Wet. Belanghebbende heeft, zoals vastgesteld in 2.2, pas in de tweede helft van 2008 de drempel van 153.000 liter overschreden. In de Wet noch in de wetsgeschiedenis is steun te vinden voor het standpunt van belanghebbende dat aanpassing van de drempel voor teruggaaf plaats kan vinden naar geldigheidsduur van het toepasselijke tarief.
2.5.Voor zover belanghebbende betoogt dat hierdoor rechtsongelijkheid ontstaat, volgt de rechtbank haar niet. Elke verbruiker heeft recht op teruggaaf zodra en voor zover de drempel van 153.000 liter overschreden wordt tegen het op dat moment geldende tarief.
2.6.Voor zover belanghebbende bedoeld heeft een beroep te doen op de redelijkheid en billijkheid kan dit beroep niet slagen. De rechtbank is niet bevoegd een juiste wetstoepassing op grond van redelijkheid en billijkheid achterwege te laten. In artikel 11 van Pro de Wet van 1829, Stb. 28, houdende Algemeene bepalingen der wetgeving van het Koningrijk, is immers voorgeschreven dat de rechter volgens de wet moet rechtspreken en dat hij in geen geval de innerlijke waarde of billijkheid der wet mag beoordelen. Dat ligt slechts anders indien de wet in strijd zou zijn met enig internationaal verdrag waaraan Nederland zich heeft verbonden. Niet is gesteld noch is de rechtbank anderszins gebleken dat van dit laatste in het onderhavige geval sprake is.
2.7.Gelet op het vorenoverwogene is het beroep ongegrond verklaard.
2.8.De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Aldus gedaan door mr. drs. M.M. de Werd, rechter, en door deze en mr. M.J.M. Mies, griffier, ondertekend.
De griffier, De rechter,
Uitgesproken in het openbaar op 25 november 2009.
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 8 december 2009
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,
5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.