ECLI:NL:RBBRE:2009:BK8074
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Alimentatieverplichting als schuld in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende, gescheiden en met twee kinderen, betaalde in 2006 een bedrag van € 19.442 aan alimentatie aan zijn voormalige echtgenote. De kern van het geschil betrof de vraag of deze alimentatieverplichting als een schuld kan worden aangemerkt in de zin van artikel 5.3, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
De rechtbank stelde vast dat de alimentatieverplichting een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichting is en dat de Wet inkomstenbelasting geen onderscheid maakt tussen verplichtingen uit het vermogensrecht en het familierecht. De rechtbank concludeerde dat de alimentatieverplichting als schuld moet worden beschouwd en daarmee een bestanddeel vormt van de rendementsgrondslag.
De inspecteur had bezwaar gemaakt tegen deze kwalificatie, maar kon niet aannemelijk maken dat er een samenhangende bezitting tegenover stond. De rechtbank oordeelde dat de alimentatieplicht niet afhankelijk is van het recht op alimentatie bij de ontvanger. De aanslag werd verminderd en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de alimentatieverplichting als schuld moet worden aangemerkt en vermindert de aanslag dienovereenkomstig.