ECLI:NL:RBBRE:2010:BL4413
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.W. Otto
- C.A.F.M. Stassen
- M.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beroep tegen in rekening gebrachte betekeningskosten bij dwangbevel vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een BV, maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting 2003 en verzocht uitstel van betaling. Dit uitstel werd later ingetrokken door de ontvanger, waarna een dwangbevel werd uitgevaardigd inclusief betekeningskosten van € 10.070. Belanghebbende stelde dat het beroep te laat was ingediend en dat de kosten onterecht waren.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was omdat de ontvanger de uitspraak op bezwaar alleen aan belanghebbende had gezonden, terwijl duidelijk was dat de gemachtigde bijstand verleende. De termijnoverschrijding werd daarom verschoonbaar verklaard. Tevens werd geoordeeld dat de betekeningskosten terecht en op juiste wijze aan belanghebbende waren opgelegd, mede omdat de administrateur en gemachtigde niet adequaat hadden gehandeld om uitstel te verkrijgen.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en bevestigde dat de ontvanger terecht het dwangbevel had uitgevaardigd en betekend conform artikel 13 Invorderingswet Pro 1990. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de in rekening gebrachte betekeningskosten wordt ongegrond verklaard.