ECLI:NL:RBBRE:2010:BL4416
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.W. Otto
- C.A.F.M. Stassen
- M.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt toepassing Uitstelregeling 2004 voor vennootschapsbelasting 2003
Belanghebbende, een BV, had haar aangifte vennootschapsbelasting over 2003 ingediend op 14 maart 2005, na het reguliere uiterste tijdstip van 1 maart 2005. De gemachtigde had op 29 maart 2004 een uitsteldiskette ingediend met 101 aanvragen om uitstel, waaronder die van belanghebbende, binnen de Uitstelregeling 2004.
De inspecteur betwistte dat uitstel was verleend tot 1 april 2005 en stelde dat het uitstel slechts tot 1 maart 2005 liep. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de gemachtigde op de hoogte was van wijzigingen in de regeling na publicatie in januari 2004. De rechtbank wees ook het bewijs van de inspecteur af dat zou aantonen dat belanghebbende tijdig was geïnformeerd over het gewijzigde uitstel.
De rechtbank concludeerde dat de gemachtigde gerechtigd was het extra uitstel tot 1 april 2005 te gebruiken, omdat ten minste 95% van de aangiften vóór 1 maart 2005 was ingediend. De aangifte van belanghebbende was tijdig binnen deze regeling ingediend, waardoor de aanslag binnen de wettelijke termijn was opgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanslag tijdig is opgelegd binnen de Uitstelregeling 2004.