ECLI:NL:RBBRE:2010:BL9443
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over waardering woonwagens en standplaatsen voor WOZ
Deze tussenuitspraak betreft een geschil over de waardering van woonwagens en woonwagenstandplaatsen in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarden en aanslagen onroerende-zaakbelasting. De rechtbank constateert dat noch verweerder, noch belanghebbende voldoende gegevens heeft aangeleverd om een goed gefundeerd oordeel te geven over de waarde van de objecten.
De rechtbank stelt vast dat de woonwagens duurzaam met de grond verenigd zijn en derhalve als onroerende zaken moeten worden gewaardeerd. De waarderingsmethodiek van verweerder, waarbij de grond wordt getaxeerd via de vergelijkingsmethode en de woonwagens op basis van nieuwbouwwaarde met afschrijving en restwaarde, wordt als redelijke benadering beschouwd. Wel wordt opgemerkt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de waardedrukkende ligging in woonwagengebieden en dat de afschrijving op woonwagens degressief dient te zijn in plaats van lineair.
De rechtbank verzoekt verweerder om de taxaties nader te onderbouwen, met name ten aanzien van de waarde van de ondergrond, de restwaarde, afschrijving en afschrijvingstermijn van de woonwagens. De zaak wordt aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen hierop te reageren. De rechtbank geeft tevens een voorlopig oordeel over de relevante uitgangspunten voor waardering en benadrukt het belang van individuele kwaliteitskenmerken bij de waardebepaling.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verzoekt om nadere onderbouwing van de taxaties.