ECLI:NL:RBBRE:2010:BL9528
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gedifferentieerde WGA-premie 2007 en overgang onderneming
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de hoogte van de gedifferentieerde WGA-premie voor het jaar 2007 centraal. De inspecteur had de premie vastgesteld op 2,10%, waarbij rekening werd gehouden met een WAO-uitkering van een werknemer die volgens het UWV was overgenomen via een overgang van onderneming in 2003. Belanghebbende betwistte deze overgang en stelde dat de WAO-uitkering niet aan haar toegerekend kon worden.
De rechtbank overweegt dat belanghebbende pas na een uitspraak van het UWV op bezwaar in januari 2006 een belang kreeg om de overgang van onderneming te betwisten, omdat toen de ingangsdatum van de WAO-uitkering werd gewijzigd naar een datum waarop de werknemer nog niet in dienst was bij belanghebbende. Hierdoor kan niet worden tegengeworpen dat belanghebbende eerder geen bezwaar heeft gemaakt tegen besluiten waarin de overgang was vermeld.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat een werkgever niet gebonden is aan een vastgestelde overgang van onderneming als hij daar geen belang bij had om dit te bestrijden. Nu vaststaat dat in 2003 geen overgang heeft plaatsgevonden, kan de WAO-uitkering niet aan belanghebbende worden toegerekend. De gedifferentieerde WGA-premie wordt daarom vastgesteld op het lagere rekenpercentage van 0,47%.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat onvoldoende schade is gesteld. De uitspraak is openbaar en onherroepelijk na het verstrijken van de termijn voor hoger beroep.
Uitkomst: De gedifferentieerde WGA-premie wordt vastgesteld op 0,47% en het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard.