ECLI:NL:CRVB:2008:BC5194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke overgang van onderneming bij toerekening WAO-uitkering
Betrokkene was in 1996 een samenwerkingsverband aangegaan en nam per 1 januari 2001 een gedeelte van een onderneming over. Bij besluit van 26 november 2001 werd de gedifferentieerde WAO-premie vastgesteld op basis van een gedeeltelijke overgang van onderneming, waartegen betrokkene destijds geen bezwaar maakte.
In een later besluit van 29 juni 2006 werd betrokkene deels verantwoordelijk gehouden voor de WAO-uitkering van een ex-werknemer die voor de overname in dienst was. Betrokkene stelde dat er geen sprake was van overgang van onderneming omdat er twee aparte ondernemingen bestonden.
De rechtbank oordeelde dat de overgang van onderneming ter discussie kon worden gesteld, maar de Centrale Raad van Beroep verwierp dit en stelde dat eenmaal vastgestelde overgang van onderneming niet opnieuw kan worden betwist. Het hoger beroep van appellant werd gegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en benadrukte dat de financiële gevolgen van de toerekening rechtvaardig zijn gezien de wettelijke bepalingen en eerdere besluiten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene de gedeeltelijke overgang van onderneming niet meer kan betwisten en dat de WAO-uitkering deels aan haar wordt toegerekend.