ECLI:NL:RBBRE:2010:BM6313
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op aftrek van voorbelasting bij gecombineerde belaste en niet-belaste handelingen van een coffeeshop
Belanghebbende exploiteert een coffeeshop waar zowel horecadiensten (belaste handelingen) als de verkoop van softdrugs (niet-belastbare handelingen) plaatsvinden. Het geschil betreft de juiste methode voor de aftrek van voorbelasting op algemene kosten die zowel voor belaste als niet-belaste activiteiten worden gebruikt.
De inspecteur hanteert de pro rata methode, waarbij de aftrek wordt berekend naar rato van de omzetverhouding tussen belaste en niet-belaste activiteiten. Belanghebbende stelt dat de aftrek moet worden gebaseerd op werkelijk gebruik van de goederen en diensten. De rechtbank verwijst naar het Securenta-arrest van het HvJ EU, waarin is bepaald dat zowel de pro rata methode als de werkelijk gebruik methode mogelijk zijn, mits ze een objectieve toerekening weergeven.
Omdat de inspecteur gegevens over de pro rata methode heeft overgelegd en belanghebbende geen onderbouwing heeft gegeven voor de werkelijk gebruik methode, volgt de rechtbank de inspecteur. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en verleent een teruggaaf omzetbelasting van € 228 over het eerste kwartaal van 2009. Tevens worden proceskosten van € 107,33 aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verleent teruggaaf omzetbelasting van € 228 en veroordeelt de inspecteur in proceskosten.