ECLI:NL:RBBRE:2010:BM6707
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake zelfstandig schadebesluit belastingaanslagen
Belanghebbende, woonachtig in België en werkzaam in Nederland, verzocht om een schadevergoeding wegens overschrijding van een redelijke termijn voor het definitief vaststellen van belastingaanslagen over de jaren 1996 tot en met 2000. De inspecteur wees dit verzoek af en gaf aan dat hiertegen geen rechtsmiddelen openstonden bij de belastingrechter, maar dat belanghebbende zich tot de civiele rechter moest wenden.
Belanghebbende vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om een nieuw besluit te verkrijgen waartegen wel bezwaar en beroep openstaan bij de bestuursrechter, en om een dwangsom wegens het uitblijven van een nieuw besluit. De rechtbank overwoog dat er verschil van inzicht bestaat over de bevoegde rechter bij een schadevergoeding in verband met belastingaanslagen, maar ging er veronderstellenderwijs van uit dat de bestuursrechter bevoegd is.
De voorzieningenrechter stelde vast dat aan de connexiteitseis was voldaan, maar dat er geen spoedeisend belang was. Het feit dat onduidelijkheid bestaat over de bevoegdheid van de rechter en dat belanghebbende ook zijn claim bij de civiele rechter kan voorleggen, maakt geen spoedeisend belang aannemelijk. Daarom werd het verzoek afgewezen en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.