ECLI:NL:RBBRE:2010:BM7088
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.L.L. Poeth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voortzetting huur na overlijden moeder wegens onvoldoende onderbouwing duurzame gemeenschappelijke huishouding
De zaak betreft een geschil over voortzetting van een huurovereenkomst na het overlijden van de moeder van [X], die de woning huurde van Stichting Tiwos. [X] stelde dat hij met zijn moeder een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde en daarom aanspraak kon maken op voortzetting van de huurovereenkomst. Tiwos betwistte dit en vorderde ontruiming van de woning.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende is aangetoond dat [X] ten tijde van het overlijden van zijn moeder zijn hoofdverblijf in de woning had en dat er sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. Diverse feiten, waaronder wisselende inschrijvingen in de gemeentelijke basisadministratie en het ontbreken van concrete financiële vermenging, ondersteunden dit oordeel. Ook de stelplicht van [X] was niet voldoende nagekomen.
De rechtbank wees de vordering van [X] af en veroordeelde hem tot ontruiming van de woning binnen dertig dagen, met een dwangsom voor het geval hij in gebreke blijft. De gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad werd afgewezen. De proceskosten werden deels aan [X] opgelegd en deels gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst wordt afgewezen en ontruiming van de woning wordt toegewezen.