ECLI:NL:RBBRE:2010:BN0305

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
18 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/1327
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 236 lid 2 GemeentewetArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen fictieve weigering uitspraak bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijn niet verstreken

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een nota leges van de gemeente Roosendaal. Nadat verweerder niet binnen korte tijd op het bezwaar had gereageerd, stelde belanghebbende de gemeente in gebreke en diende vervolgens beroep in tegen de fictieve weigering om uitspraak op bezwaar te doen.

De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 236 lid 2 van Pro de Gemeentewet de gemeente tot het einde van het kalenderjaar waarin het bezwaar is ontvangen de tijd heeft om uitspraak te doen. Omdat het bezwaar op 5 januari 2010 was ontvangen, liep de termijn tot 31 december 2010.

Aangezien het beroep werd ingediend voordat deze termijn was verstreken, was het beroep prematuur en derhalve niet-ontvankelijk. De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af en merkte op dat zij niet bevoegd was om te oordelen over uitstel van betaling, maar dat de gemeente uitstel had verleend en aanmaningskosten waren afgeboekt, zodat dwangincasso niet aan de orde was.

Uitkomst: Het beroep tegen de fictieve weigering om uitspraak op bezwaar te doen is niet-ontvankelijk verklaard omdat de uitspraaktermijn nog niet was verstreken.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer
Procedurenummer: AWB 10/1327
Uitspraakdatum: 18 juni 2010
Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.4a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende], gevestigd te [plaatsnaam],
eiseres,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Roosendaal,
verweerder.
Eiseres wordt hierna belanghebbende genoemd.
1.Ontstaan en loop van het geding
1.1.Verweerder heeft, met dagtekening 23 december 2009, aan belanghebbende een nota leges toegezonden.
1.2.Bij brief van 4 januari 2010, door verweerder ontvangen op 5 januari 2010, heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de nota leges. Toen een beslissing op dit bezwaar uitbleef, heeft belanghebbende verweerder, bij brief van 12 april 2010, in gebreke gesteld.
1.3.Belanghebbende heeft, bij brief van 1 april 2010, ontvangen bij de rechtbank op 2 april 2010, beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op het in 1.2 genoemde bezwaar. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 150.
2.Motivering
2.1.Ingevolge artikel 236, lid 2, van de Gemeentewet, dient verweerder, voor zover te dezen van belang, uitspraak op bezwaar te doen in het kalenderjaar waarin het bezwaarschrift is ontvangen.
2.2.Zoals weergegeven in 1.2, is het bezwaarschrift op 5 januari 2010 door verweerder ontvangen. Op basis van de in 2.1 genoemde wettelijke bepaling, dient verweerder derhalve uiterlijk op 31 december 2010 uitspraak op bezwaar te doen. Nu de uitspraaktermijn nog niet is verstreken, heeft belanghebbende prematuur beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar.
2.3.Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
2.4.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
2.5.Ten overvloede merkt de rechtbank nog het volgende op. Belanghebbende is aangemaand de nota leges te voldoen. Belanghebbende heeft de rechtbank verzocht te bepalen dat (dwang)incasso wordt opgeschort tot zes weken na het doen van uitspraak op bezwaar. De rechtbank merkt hierover op dat het niet tot haar bevoegdheid behoort om over uitstel van betaling en incasso te oordelen. Uit de gedingstukken blijkt overigens dat verweerder bij brief van 18 februari 2010 uitstel van betaling heeft verleend voor de nota leges en dat de aanmaningskosten ambtshalve zijn afgeboekt. Van de door belanghebbende gevreesde (dwang)incasso zal dus geen sprake zijn.
3.Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gedaan door mr. drs. M.M. de Werd, rechter, en door deze en mr. I. van Wijk, griffier, ondertekend.
De griffier, De rechter,
Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2010.
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 22 juni 2010
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.